Het Wijkprofiel is een tweejaarlijks monitorinstrument van de gemeente Rotterdam dat inzicht geeft in de situatie en ontwikkeling van de stad, haar gebieden en wijken. Het combineert feitelijke gegevens met bewonerservaringen en fungeert als een ‘thermometer’ voor de stad. Ontwikkelingen worden gevolgd binnen drie domeinen: veilig, sociaal en fysiek. De meting van 2014 geldt als nulmeting. Voor het Wijkprofiel 2026 zijn in de periode maart tot en met oktober 2025 circa 30.000 Rotterdammers bevraagd.
Het college van B&W publiceerde januari 2026 het Wijkprofiel 2026, het tweejaarlijkse onderzoek naar de ontwikkeling van Rotterdamse wijken op het gebied van veiligheid, sociale samenhang en fysieke leefomgeving.
Al eerder bleek op basis van de cijfers van de Rotterdamse Rekenkamer dat het gevoel van veiligheid sterk is afgenomen in Rotterdam. Tevens zijn de objectieve cijfers op gebied van schone straat/zwerfafval zeer slecht scorend. In Nesselande is dit sinds 2022, sinds het aantreden van dit college onder leiding van Leefbaar Rotterdam, periodiek merkbaar. Pijnlijk is dat juist in Prins Alexander fractieleden van Leefbaar Rotterdam wonen, maar wijksignalen niet zijn opgepakt.

Uit het onderzoek blijkt dat een groeiende groep inwoners de leefbaarheid, veiligheid en sociale omgang in hun wijk negatief ervaart. Tegelijkertijd zijn er ook positieve ontwikkelingen: de zelfredzaamheid en participatie van bewoners nemen toe en de veiligheid in de vijf focuswijken is verbeterd ten opzichte van 2022.

Op stedelijk niveau laten de domeinen Veilig, Sociaal en Fysiek een daling zien ten opzichte van vier jaar geleden. Deze achteruitgang wordt vooral veroorzaakt door lagere subjectieve scores, oftewel het oordeel van bewoners over hun wijk, zoals het gevoel van veiligheid, de sociale omgang en het woongenot.

Deze trend sluit aan bij vergelijkbare ontwikkelingen in andere grote steden.
Doelstellingen college Leefbaar Rotterdam niet gehaald
De doelstelling van het college om het niveau van 2022 voor veiligheid te behouden (Veiligheidsindex van 110 of hoger) is voor de stad als geheel niet gehaald. Dit benadrukt het belang van blijvende inzet op thema’s als jeugd, drugscriminaliteit en geweldsdelicten, waarop het college de afgelopen jaren actief heeft ingezet. Tegelijkertijd zijn er positieve ontwikkelingen te zien in de vijf focuswijken: Carnisse, Tarwewijk, Hillesluis, Tussendijken en Lombardijen. Hier is de Veiligheidsindex gestegen, tegen de stedelijke trend in. Dit laat zien dat de langdurige en gerichte aanpak in deze wijken effect heeft.
Wrange conclusie
Het college onder leiding van Leefbaar Rotterdam meent dat de negatieve ontwikkeling als “positief” kunnen worden gezien aangezien nu signalen duidelijk zijn. Zij concludeert dat de signalen en inzichten uit het Wijkprofiel goed aansluiten bij de inzet die de gemeente de afgelopen jaren in de stad en de wijken heeft gepleegd. Ze onderstrepen het belang van een brede, wijkgerichte aanpak, investeringen in schoon en heel, zorgvuldige handhaving en Wijk aan Zet. Ook de aanpak van dakloosheid, armoede en bestaanszekerheid, de ondersteuning van Stadsmakers en bewonersinitiatieven, en de gerichte bestrijding van wapengeweld, straatoverlast en ondermijnende criminaliteit sluiten aan bij de gesignaleerde ontwikkelingen.
De inzichten uit het Wijkprofiel helpen de komende periode bij het maken van keuzes en prioriteiten voor de stad en de afzonderlijke wijken. Zo vormen ze een leidraad voor de nieuwe wijkakkoorden en voor concrete acties om de belangrijkste uitdagingen in elke buurt aan te pakken.


