De Rekenkamer stelt dat Rotterdam met 106% de hoogste lokale belastingdruk heeft van de vier grote steden (G4), boven de vastgestelde risicogrens en in strijd met het coalitieakkoord “Eén Stad”, waarin is beloofd niet boven het G4-gemiddelde uit te stijgen. In plaats van deze stijging transparant te vermelden, heeft het college volgens de spreker de rekenmethode aangepast en geen concrete cijfers opgenomen (“PM”), waardoor de gemeenteraad geen inzicht krijgt in de werkelijke belastingdruk.
Deze handelwijze wordt aangemerkt als ondoorzichtig en in strijd met de Gemeentewet, de Verordening Financiën 2021 en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), die een vergelijkbare en cijfermatige presentatie van lokale lasten voorschrijven.
Sinds aantreden van het huidige college zijn de woonlasten per huishouden met 14% gestegen (van €730 naar €835), aanzienlijk meer dan het landelijke gemiddelde (8%). Deze stijging komt vooral door verhogingen van de afvalstoffen- en rioolheffing. Zo meldt Ellen Verkoelen in de Rotterdamse raad tijdens het behandelen van de begroting.
–
Het betoog van 11 november:
Voorzitter,
Volgens de Rekenkamer heeft Rotterdam
de hoogste lokale belastingdruk van de G4: 106 procent.
Dat is boven de risicogrens en valt dus in de categorie “meest risicovol.”
En dat is in strijd met het eigen coalitieakkoord “Eén Stad”,
Waar het college belooft dat Rotterdam
niet boven het G4-gemiddelde zal uitstijgen qua lokale belastingdruk.
En voorzitter wat doet dit college?
In plaats van eerlijk op te schrijven dat de lokale belastingen stijgen,
in plaats van open en transparant te zijn naar de Rotterdammer,
verandert dit college simpelweg de rekenmethode.
En vult bij de lokale belastingdruk PM (Niets dus) in.
Voorzitter
Het college biedt de raad een begroting aan zonder inzicht
in wat de Rotterdammer werkelijk aan belastingen betaalt.
Over eerlijkheid, openheid en transparantie gesproken.
dat is niet slordig, dat is doortrapt.
Het college voert hiermee een fundamentele beleidswijziging door:
zonder raadsbesluit,
zonder wijziging van de Kadernota Lokale Lasten,
en zonder toelichting aan de raad.
Het is in strijd met de Gemeentewet
met de Verordening Financiën 2021
en met het Besluit Begroting en Verantwoording,
dat gemeenten verplicht om de lokale lastendruk
cijfermatig en vergelijkbaar te presenteren.
2
Kortom: dit college handelt onbevoegd én ondoorzichtig
En rekt de regels op zodra de cijfers politiek ongunstig uitpakken.
Voorzitter
In de drie jaar dat dit college regeert,
zijn de woonlasten voor Rotterdammers gestegen
van €730 naar €835 per gezinshuishouden.
Een stijging van 14 procent,
terwijl landelijk die stijging slechts 8 procent was.
Dat verklaart de sprong van 99 naar 106 procent
van het landelijk gemiddelde.
Voorzitter
De OZB bleef binnen de indexatie, maar dat is schijncomfort.
De afvalstoffenheffing stijgt ieder jaar 1 procent bovenop de inflatie,
en daarbovenop worden nu ook straatreinigingskosten meegerekend.
De rioolheffing stijgt structureel met €6 per jaar bovenop de CPI,
onder het mom van 40 kilometer rioolvervanging per jaar
iets wat het college in de praktijk niet waarmaakt,
maar waar de Rotterdammer wél jaarlijks voor betaalt.
Het resultaat voorzitter
Rotterdammers betalen elk jaar méér,
niet omdat de stad schoner, duurzamer of veiliger wordt,
maar omdat het college de financiële gaten vult
via de portemonnee van die Rotterdammer.
Voorzitter
In september stelde mijn fractie schriftelijke vragen over
de gemeentelijke belastingen en de betaalbaarheid voor Rotterdammers.
3
De beantwoording was afhoudend, ontwijkend en nietszeggend.
En twee maanden later bevestigt de Rekenkamer precies dat:
de informatievoorziening is niet transparant
en laat niet zien wat de Rotterdammer écht betaalt.
In haar eigen collegebrief over de financiële ontwikkelingen
erkent het college wel stijgende uitgaven:
tekorten in Jeugd, Wmo en BUIG,
hogere lasten door cao’s en inflatie,
en het wegvallen van Rijkscompensaties na 2026.
Maar nergens wordt ingegaan op de verhoogde lokale heffingen
afval, riool, parkeertarieven
Er is geen enkele koppeling tussen beleid, inkomsten en uitgaven.
En om dat te verbloemen komt dit college met een nieuwe,
niet-BBV-conforme rekenmethode,
een methode die nooit aan de raad is voorgelegd
en die de waarheid verhult.
Voorzitter,
dit is geen misverstand, dit is een bewuste strategie.
De oude, landelijke methode laat zien dat Rotterdam
de hoogste belastingdruk van de G4 heeft.
Een pijnlijke waarheid, zeker met verkiezingen in zicht.
En dus verandert dit college de meetlat.
De harde cijfers maken plaats voor een “Rotterdamse waarheid”
een cijfer dat niet meer te vergelijken of te controleren is.
Zo verschuift de discussie van de stijgende lasten voor inwoners
4
naar een technische discussie over methodiek
een rookgordijn terwijl de rekening
gewoon bij de Rotterdammer op de mat valt.
Voorzitter
politiek cynisme in optima forma
Op deze 11 de van de 11 de hebben we onze Prins Carnaval gevonden,
de wethouder financiën
Een college dat stijgende lasten verbergt achter nieuwe rekenmethodes,
ondermijnt de democratische controle en het vertrouwen van inwoners.
De Rekenkamer noemt het “onterecht.”
Mijn fractie noemt het onfatsoenlijk bestuur.
Voorzitter,
de waarheid over de belastingdruk wordt hier doelbewust weggepoetst.
De raad wordt buitenspel gezet, en de Rotterdammer betaalt de prijs.
Wij staan hier voor die Rotterdammers.
Zij verdienen eerlijkheid, geen rookgordijnen.
Zij verdienen openheid, geen politieke trucs.
En zij verdienen een college dat niet aan cijfers sleutelt
wanneer de werkelijkheid onwelgevallig is.
Rotterdam verdient beter
De tijd van verdoezelen is voorbij
het is echt tijd voor een nieuw bestuur
Alaaf
–
De vergadering van 11 november 2025 terugkijken kan hier: t.co/52ATBWEviM
13 november 2025 deel 2 van de behandeling van de Begroting.

