Breed onderzoek, uitgevoerd door de gemeente Rotterdam en Hogeschool Inholland en gepubliceerd door Kenniswerkplaats Leefbare Wijken, geeft aan dat deelname als bewoners aan een buurtpreventie groep juist een onveiliger gevoel geeft. De conclusie – die voor de wijk Rotterdam-Nesselande al duidelijk was op basis van bevindingen van Nesselande.INFO aangaande structurele verspreiding van nepnieuws door de buurtpreventie Nesselande, klik hier – trekt het lectoraat publiek vertrouwen na uitvoerend onderzoek door de gemeente Rotterdam en Inholland. Eind 2023 een update op basis van een verbeterexperiment; ook daar de conclusie dat deelnemers aan buurtpreventie-groepen zich juist onveiliger voelen.
Begin 2024 is duidelijk geworden op basis van het gemeente wijkprofiel dat Nesselanders zich tijdens dit college #raad010 een stuk onveiliger voelen, zie artikel.

[UPDATE april 2024]
IN HET EXPERIMENT BUURTPREVENTIE ONDERZOCHT HET LECTORAAT PUBLIEK VERTROUWEN IN VEILIGHEID VAN HOGESCHOOL INHOLLAND SAMEN MET DE GEMEENTE ROTTERDAM IN OPDRACHT VAN DE KENNISWERKPLAATS EN DE GEMEENTE ROTTERDAM, DE HYPOTHESE DAT DE WERKZAAMHEID VAN WHATSAPP-BUURTPREVENTIEGROEPEN – OP HET GEBIED VAN DE DOOR BURGERS ERVAREN VEILIGHEID, DE MELDINGSBEREIDHEID EN DE ERVAREN NABIJHEID VAN DE OVERHEID – VERBETERD KAN WORDEN DOOR GERICHT TE WERKEN AAN HET VERSTERKEN VAN SUCCESFACTOREN.
(Citaat onderzoek, Leefbare Wijken):
“Hiervoor zijn elf interventies voorgesteld, gebaseerd op succesfactoren uit de literatuur en de beleidstheorie over de werking van buurtpreventie. In twee gebieden zijn beheerders met deze interventies aan de slag gegaan: Lombardijen, waar de gemeente Rotterdam WhatsApp-groepen in eigen beheer heeft, en de Essenburgbuurt, een buurt met een zelfstandige WhatsApp-groep. Om te zien hoe de voorgestelde interventies in de praktijk zijn gebracht zijn de chatgeschiedenissen bestudeerd en zijn gesprekken gevoerd met de beheerders. Met enquêtes zijn vooraf en achteraf metingen gedaan om te zien of het versterken van succesfactoren tot verbetering van de werkzaamheid leidde. Ter controle zijn ook bewoners die niet deelnamen aan de WhatsApp-groepen bevraagd.
De interventies bleken in beperkte mate te zijn uitgevoerd en leidden in de praktijk tot weinig substantiële versterking van succesfactoren. Uit de enquêtes bleek dat op drie van de gemeten indicatoren een kleine verandering in de beoogde richting zichtbaar was. Maar omdat de veranderingen klein en niet eenduidig waren, zijn ze niet toe te schrijven aan de interventies. De hypothese die aan het experiment ten grondslag lag kon dus niet worden bevestigd.
